Aansluiten & lasverbindingen
Een van de belangrijkste handelingen die een installatie goed laat werken is het correct aansluiten van componenten.
Eén van de belangrijkste handelingen die een installatie goed laat werken is het aansluiten van de componenten en de lasverbindingen.
Het aansluiten van schakelaars, wandcontactdozen, verlichting, enz. dient met aandacht te gebeuren: niet te vast of te los aandraaien, en bij steekcontacten de draden niet te ver insteken.
Lasverbindingen verbinden twee of meer aders met elkaar. Er zijn verschillende methoden:
- Lasdozen met verbindingsklemmen (Wago's)
- Verbindingsklemmen van het type "druk en vast"
- Schroefklemmen
Een goede lasverbinding heeft geen weerstand die warmte ontwikkelt. Een slechte verbinding is een brandgevaar.
Aandachtspunten:
- Altijd spanningsloos werken
- Aders voldoende ontdoen van isolatie (niet te veel, niet te weinig)
- Verbindingen altijd in een afgedekte lasdoos plaatsen
- Nooit verbindingen achter wandbekleding verbergen zonder lasdoos
Let op: Werk nooit aan een installatie die onder spanning staat. Schakel altijd de groep uit en controleer met een spanningstester.